ECLI:NL:CBB:2001:AD4768
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit subsidie weigering braaklegging akkerbouwpercelen wegens onjuiste oppervlaktebepaling
Appellante had subsidie aangevraagd voor braaklegging van akkerbouwpercelen, waarbij de oppervlakte van de braakpercelen door de Algemene Inspectiedienst (A.I.D.) werd gecontroleerd. De A.I.D. constateerde een verschil van meer dan 20% tussen de opgegeven en gemeten oppervlakte, mede door het niet meetellen van kuilhopen die niet aan de breedte-eis voldeden. Verweerder weigerde daarop de subsidie.
Appellante betwistte de juistheid van de meting en voerde aan dat ook een strook die door een loonwerker was weggemaaid als braakgrond moest worden meegeteld. Tijdens de procedure bleek dat verweerder niet had onderzocht of deze strook toch tot de braakgrond gerekend kon worden. Ook werd een aanbod van appellante om de kuilhopen nader op te meten afgewezen zonder nadere actie.
Het College oordeelt dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het gebruik van de grond voor het inkuilen van voedergranen strijdig zou zijn met braakleggingsverplichtingen. Tevens is de procedure niet behoorlijk verlopen doordat verweerder niet is ingegaan op het aanbod tot nadere meting en niet heeft onderzocht of het weggemaaide stuk braakgrond is. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van subsidie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en procedurele tekortkomingen.