ECLI:NL:CBB:2001:AD4777
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens vooraf aangegane verplichtingen in energiebesparingsregeling
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor subsidie op energievoorzieningen in haar gemeentehuis, maar verweerder wees deze af omdat de verplichtingen voor de voorzieningen al vóór de aanvraag waren aangegaan. Appellante voerde aan dat verweerder haar verwachtingen had gewekt dat de aanvraag inhoudelijk zou worden beoordeeld en dat de regeling te strikt werd toegepast.
Het College stelt vast dat appellante op 13 april 1999 contracten had gesloten voor de voorzieningen, terwijl de subsidieaanvraag pas op 4 juni 1999 werd ingediend. Dit is in strijd met artikel 2, vierde lid, onder a, van de Subsidieregeling, dat subsidie uitsluit indien verplichtingen vooraf zijn aangegaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellante niet heeft aangetoond dat er bijzondere omstandigheden waren die een afwijking rechtvaardigen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, omdat de mededelingen van verweerder niet inhielden dat toetsing aan de regeling achterwege zou blijven. De afwijzing van de subsidieaanvraag blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt afgewezen wegens vooraf aangegane verplichtingen.