ECLI:NL:CBB:2001:AD5260
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen voorschriften vergunning concentratie compostering GFT-afval
Essent Zuid B.V. en Edon Groep B.V. stelden hoger beroep in tegen een besluit van de Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) dat een vergunning verleende voor hun fusie, met voorschriften om economische machtspositie te voorkomen op de Nederlandse markt voor compostering van GFT-afval.
De NMa had vastgesteld dat door de concentratie een economische machtspositie zou ontstaan die de daadwerkelijke mededinging significant zou belemmeren. Daarom werden aan de vergunning beperkingen en voorschriften verbonden, waaronder het afstoten van belangen in bepaalde bedrijven.
Verzoeksters vroegen om opschorting van het voorschrift tot afstoting van het belang in X4, omdat deze onderneming verliesgevend is en verkoop op korte termijn grote financiële schade zou veroorzaken. Het College oordeelde dat de schade niet onherstelbaar of ernstig is en dat de strategische waarde van X4 speculatief is.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de NMa terecht rekening hield met langlopende contracten en dat de beoordeling van de economische machtspositie zorgvuldig en gemotiveerd was. Het College bevestigde dit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat geen spoedeisend belang voor opschorting bestond.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het voorschrift tot afstoting van het belang in X4 wordt afgewezen.