ECLI:NL:CBB:2001:AD5309
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing schadevergoeding bij preventieve ruiming varkensbedrijf
Appellante exploiteerde een zeugenbedrijf met een eigen aanfoksysteem en kreeg vanwege verdenking van klassieke varkenspest preventief haar bedrijf geruimd. Zij ontving een tegemoetkoming op basis van normbedragen voor vermeerderingsbedrijven, maar maakte bezwaar tegen de hoogte van deze vergoeding omdat zij meende dat haar bedrijf vanwege de specifieke bedrijfsvoering een hogere schadeloosstelling verdiende.
Het College overwoog dat het beleid van verweerder, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende typen zeugenbedrijven en waarbij de registratie bij de Gezondheidsdienst voor Dieren als uitgangspunt wordt genomen, niet onredelijk is. De economische hoofdactiviteit van appellante werd terecht als vermeerderingsbedrijf aangemerkt. Bovendien was er geen sprake van misbruik van bevoegdheid of strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De getuigenverklaring van een vakgroepvoorzitter varkenshouderij over afspraken tussen de varkenssector en het ministerie leidde niet tot een ander oordeel, mede omdat deze afspraken niet bindend waren en niet tot afwijking van het beleid konden leiden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de hoogte van de schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.