ECLI:NL:CBB:2001:AD5315
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding varkenskarkassen na vernietiging wegens klassieke varkenspest
Appellante exploiteert een varkensslachterij waar begin 1997 vlees en vleesproducten werden vernietigd vanwege klassieke varkenspest. Verweerder kende een tegemoetkoming toe op basis van de prijs van levende varkens aan de Utrechtse varkensbeurs, terwijl appellante een hogere vergoeding op basis van COV/ANP-noteringen voor bewerkt vlees vorderde.
Appellante stelde dat de gehanteerde beursprijs niet reëel was omdat de karkassen al bewerkt waren en interne slachterijkosten niet waren meegenomen. Tevens stelde zij dat een afspraak tussen de COV en verweerder een vergoeding op basis van COV/ANP-noteringen rechtvaardigde en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel waren geschonden.
Verweerder voerde aan dat de marktwaarde correct was vastgesteld, dat er geen COV/ANP-notering voor karkassen bestond en dat de hogere vergoedingen in vergelijkbare gevallen misslagen waren. Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de beursprijs prevaleerde boven de COV/ANP-noteringen en dat de motivering niet voldeed aan de eisen van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de waardevaststelling.