ECLI:NL:CBB:2001:AD5524
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning speelautomatenhal na overgangstermijn gemeente Langedijk
Appellante exploiteerde sinds 1993 een speelautomatenhal in de gemeente Langedijk. In 1994 stelde de gemeenteraad een Verordening vast waarin werd bepaald dat bestaande speelautomatenhallen een overgangstermijn van vijf jaar kregen om te sluiten. Na afloop van deze termijn, per 1 januari 2000, werd de vergunning geweigerd en werd appellante gelast de hal te sluiten.
Appellante stelde dat het gokmatigingsbeleid onvoldoende onderbouwd was, dat zij zich had mogen verlaten op eerdere toezeggingen van een ambtenaar en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden. Tevens voerde zij aan dat het niet verlenen van de vergunning in strijd was met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM).
Het College oordeelde dat de gemeenteraad een ruime beleidsvrijheid heeft en dat de Verordening, inclusief de overgangstermijn, niet onredelijk was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het ging om regelgeving en niet om individuele toezeggingen. Ook was er geen sprake van ontneming van eigendom maar van een gerechtvaardigde regulering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de speelautomatenhalvergunning wordt ongegrond verklaard en de exploitatie dient te worden beëindigd.