ECLI:NL:CBB:2001:AD5875

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
14 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 00/718
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 Wet personenvervoerArt. 65 Wet personenvervoerArt. 7:1 AwbArt. 29 Kaderwet bestuur in veranderingArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen wijziging dienstregeling buslijn 103 regio Waterland

Het College van burgemeester en wethouders van Waterland stelde beroep in tegen het besluit van het Regionaal Orgaan Amsterdam tot vaststelling van de dienstregeling interlokaal openbaar vervoer voor de periode van 16 juli 2000 tot en met 9 juni 2001. De wijziging betrof onder meer een aanpassing van de route van buslijn 103, die niet langer door de Purmer zou rijden.

De appellant voerde aan dat de motivering voor deze wijziging ontbrak en dat inwoners van Waterland hierdoor verstoken zouden blijven van openbaar vervoer. Het Regionaal Orgaan Amsterdam stelde dat de wijziging voortkwam uit verkeersveiligheidsmaatregelen van het Waterschap en dat de gewijzigde dienstregeling conform het toetsingskader was goedgekeurd.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat appellant geen beroep had ingesteld tegen de opvolgende dienstregeling die geen afwijkingen vertoonde ten opzichte van de bestreden regeling. Tevens verklaarde appellant geen schade te hebben geleden door de wijziging. Hierdoor ontbrak het actuele en rechtens te honoreren belang bij het beroep.

Het College concludeerde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen omdat geen gronden voor een veroordeling aanwezig waren.

Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de dienstregeling buslijn 103 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel procesbelang.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
No. AWB 00/718 14 november 2001
14860
Uitspraak in de zaak van:
het College van burgemeester en wethouders van Waterland, te Monnickendam, appellant,
gemachtigden: R. Puggioni en A. Hoogland, beiden werkzaam bij de gemeente Waterland,
tegen
het Dagelijks Bestuur van het Regionaal Orgaan Amsterdam, te Amsterdam, verweerder,
gemachtigden: R.J. Smit en D.Aulman, beiden werkzaam bij verweerder.
1. De procedure
Op 30 augustus 2000 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 13 juli 2000, dat werd gepubliceerd op 20 juli 2000.
Bij dit besluit heeft verweerder de dienstregeling interlokaal openbaar vervoer voor de lijnen in de regio Waterland voor de periode 16 juli 2000 tot en met 9 juni 2001 vastgesteld.
Op 5 maart 2001 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Bij griffiersbrief van 24 augustus 2001 heeft het College Connexion Openbaar Vervoer NV in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Daarop is ter griffie geen reactie ontvangen.
Op 3 oktober 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden waarbij partijen, bij monde van hun respectieve gemachtigden, hun standpunt nader hebben toegelicht.
2. De grondslag van het geschil
Ingevolge artikel 25, eerste lid, van de Wet personenvervoer (hierna: de Wet) die inmiddels ingetrokken maar op het onderhavige geschil nog van toepassing is, stelt het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam ( in casu het Regionaal Orgaan Amsterdam) de dienstregeling interlokaal openbaar vervoer vast.
Ingevolge artikel 65 van Pro de Wet kan een belanghebbende tegen een op grond van deze Wet genomen besluit beroep instellen bij het College.
Artikel 7:1 van Pro de Awb luidt als volgt:
" 1. Degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op de administratieve rechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken (…)"
Artikel 29 van Pro de Kaderwet bestuur in verandering luidt:
" Indien het bestuur van een in het samenwerkingsgebied liggende gemeente beroep tegen een besluit van het bestuur van een regionaal openbaar lichaam instelt, is artikel 7:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing."
2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Op 13 juli 2000 heeft verweerder de dienstregeling interlokaal openbaar vervoer voor de lijnen in de regio Waterland voor de periode van 16 juli 2000 tot en met 9 juni 2001 vastgesteld. Daarbij is onder meer de route van buslijn 103 gewijzigd. Deze lijn Monnickendam- Broek in Waterland- Watergang- Ilpendam- Purmerend loopt ingevolge deze wijziging nu niet meer door de Purmer.
- Het besluit tot vaststelling is vervolgens bekend gemaakt in de dagbladen De Telegraaf van 20 juli 2000 en het Noord-Hollands Dagblad van 20 juli 2000.
- Bij een op 30 augustus 2000 ter griffie ontvangen beroepschrift heeft appellant beroep bij het College ingesteld.
- Tegen de opvolgende dienstregeling is door appellant geen beroep ingesteld bij het College.
3. Het standpunt van verweerder
Het bestreden besluit houdt - samengevat - onder meer het volgende in.
Op het traject van buslijn 103, zoals dat door de Purmer liep heeft het Waterschap - de wegbeheerder - om redenen van verkeersveiligheid een aantal verkeersdrempels geplaatst. Dit leverde problemen bij buschauffeurs en passagiers op, die busmaatschappij Connexion aanleiding gaven een gewijzigde dienstregeling ter goedkeuring voor te leggen aan verweerder. Op grond van het gegeven toetsingskader bestond er voor verweerder geen aanleiding met de voorgestelde wijziging niet akkoord te gaan.
4. Het standpunt van appellant
Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd.
De motivering voor het besluit om de dienstregeling van buslijn 103 zo aan te passen dat deze niet langer door de Purmer loopt, ontbreekt. De routewijziging dupeert een aantal inwoners van de gemeente Waterland, die thans van openbaar vervoer verstoken zijn.
5. De beoordeling van het geschil
Het College dient allereerst na te gaan of appellant thans nog processueel belang heeft bij zijn beroep, nu de bestreden dienstregeling op 9 juni 2001 is geëindigd.
Ter zitting is vastgesteld, dat door appellant geen beroep is ingesteld, of eventueel bezwaar is gemaakt, tegen de nieuwe dienstregeling die voor wat betreft buslijn 103 niet afwijkt van de bestreden dienstregeling. Desgevraagd is door de gemachtigden van appellant ter zitting verklaard dat appellant geen schade heeft geleden ten gevolge van de door verweerder vastgestelde dienstregeling 2000/2001. Een en ander leidt tot de slotsom dat van enig rechtens te honoreren belang bij een uitspraak geen sprake meer is.
Het voorgaande leidt ertoe dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
6. De beslissing
Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door mr D. Roemers, mr C.J. Borman en mr W.E. Doolaard, in tegenwoordigheid van mr F.W. du Marchie Sarvaas, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 14 november 2001.
w.g. D. Roemers w.g. F.W. du Marchie Sarvaas