ECLI:NL:CBB:2001:AD6727
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om ontheffing vervoersvoorschriften varkenshouderijbedrijf met gemengde bedrijfsvoering
Verzoekster exploiteert een varkenshouderijbedrijf met de status van B-bedrijf, dat feitelijk functioneert als zowel vermeerderaar als vleesvarkensbedrijf. Zij verzocht om ontheffing van artikel 10, eerste lid, sub a, van de Regeling varkensleveringen, om biggen en gelten vaker dan eens per zes weken aan te voeren, wat door verweerder werd afgewezen vanwege het risico op veterinaire besmetting en het ontbreken van een gesloten structuur.
Verzoekster stelde dat de Regeling niet voorziet in gemengde bedrijfsvoering zoals die van haar en dat de afwijzing haar bedrijfsvoering ernstig schaadt, met mogelijke financiële en welzijnsproblemen voor de dieren. Zij betoogde dat de aanvoer gelijktijdig plaatsvindt en dat biggen slechts eenmaal of nooit tussen bedrijven worden vervoerd.
De president van het College oordeelde dat het financiële belang van verzoekster niet spoedeisend is en dat de continuïteit van haar onderneming niet acuut in gevaar is. Tevens bestonden ernstige twijfels over de motivering van het bestreden besluit, met name dat verweerder niet op het exacte verzoek had beslist en dat het horen van verzoekster had moeten plaatsvinden.
Desondanks werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat het belang van verzoekster financieel van aard was zonder acute noodsituatie, en de veterinaire risico's en het belang van handhaving van de Regeling zwaarder wogen. Verzoekster kan haar belangen in de bodemprocedure verder laten beoordelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van ontheffing wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang en het gewicht van veterinaire risico's.