ECLI:NL:CBB:2001:AD7632
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt vergunning biotechnologische handelingen bij dieren
De Universiteit Leiden heeft een vergunning gekregen voor het verrichten van biotechnologische handelingen gericht op het genereren van genetisch gemodificeerde muizen, met als doel onderzoek naar Facioscapulohumerale spierdystrofie (FSHD). De Vereniging AVS Proefdiervrij heeft beroep ingesteld tegen deze vergunning, stellende dat het besluit onvoldoende rekening houdt met de intrinsieke waarde van dieren en onvoldoende gemotiveerd is.
Het College heeft het beroep inhoudelijk behandeld en geoordeeld dat de Commissie biotechnologie bij dieren en de Minister zorgvuldig te werk zijn gegaan. Het advies van de Commissie is voldoende gemotiveerd en houdt rekening met het dierenwelzijn, waarbij het belang van het onderzoek voor de geneeskunde zwaarder weegt dan de ethische bezwaren. Het College oordeelt dat niet ieder ethisch bezwaar prohibitief is voor vergunningverlening.
Verder is overwogen dat de wijziging van het besluit van 16 mei 2000 een wijziging van geringe aard betreft, waarvoor een versnelde procedure geldt. De motivering van het besluit is kenbaar en draagkrachtig, en de Commissie en Minister zijn niet verplicht het rapport uit 1996 expliciet te vermelden in hun besluitvorming. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.