ECLI:NL:CBB:2001:AD7636
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken rechtstreeks belang bij verlening verklaring personenvervoer
Appellant maakte bezwaar tegen de verlening van een verklaring als bedoeld in artikel 28 van Pro het Besluit Personenvervoer aan C, waarin werd vastgesteld dat C gedurende zes jaar het dagelijks beheer van een onderneming had gevoerd. Appellant stelde dat hij een rechtstreeks belang had omdat hij mede-eigenaar was van het bedrijf dat door C was overgenomen en vermoedde dat C onterecht de verklaring had verkregen.
Het College onderzocht of appellant als belanghebbende kon worden aangemerkt in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij een rechtstreeks, persoonlijk belang vereist is. Het subjectieve vermoeden van appellant werd niet als voldoende aangemerkt, temeer daar geen concreet belang of schade was aangetoond.
Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het belanghebbende-vereiste bij bestuursrechtelijke beroepsprocedures.
Uitkomst: Het beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtstreeks belang.