ECLI:NL:CBB:2001:AD8604
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering inschrijving als werkzoekende wegens ontbrekende geldige verblijfsvergunning
Appellant, een Marokkaanse vreemdeling, werd geweigerd als werkzoekende te worden ingeschreven omdat hij niet beschikte over een geldige verblijfsvergunning zonder beperkingen voor het verrichten van arbeid. Hij had bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat het Besluit, dat het recht op inschrijving regelt, onrechtmatig is omdat het geen rekening houdt met vreemdelingen die een verlengingsverzoek voor hun verblijfsvergunning hebben ingediend.
Het College stelde vast dat appellant ten tijde van het bestreden besluit geen geldige verblijfsvergunning had en niet viel onder de categorieën die recht geven op inschrijving. Het feit dat appellant een verlengingsprocedure had lopen, gaf hem geen verblijfsrechtelijke status gelijk aan een geldige vergunning. Ook het later verlengen van de vergunning was niet relevant voor de beoordeling van het besluit.
Verder oordeelde het College dat het beroep op onverbindendheid van het Besluit niet kan slagen omdat het wijzigen van het Besluit buiten haar rechtsvormende taak valt. Het beroep op het discriminatieverbod uit artikel 1 Grondwet Pro werd verworpen omdat het onderscheid objectief en redelijk gerechtvaardigd is. Ook werd geen sprake geacht van détournement de pouvoir door verweerster. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van inschrijving als werkzoekende wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.