ECLI:NL:CBB:2001:AD8778
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tuchtbeschikking wegens onjuiste feitelijke grondslag en verwijzing naar Tuchtgerecht
Appellante stelde beroep in tegen een tuchtbeschikking waarbij een geldboete van fl. 500 werd opgelegd vanwege vermeende overtredingen bij pluimvee en eieren. De bestreden beschikking berustte op een berechtingsrapport van 13 juli 1999 waarin werd gesteld dat 459.000 eieren waren afgeleverd vanaf een bepaald adres.
Appellante voerde aan dat de feitelijke situatie anders was: de hokken bevonden zich op andere adressen dan vermeld en het aantal kippen was beperkt. Het College liet een aanvullend berechtingsrapport opstellen waarin werd bevestigd dat de oorspronkelijke feiten onjuist waren vastgesteld.
Het College oordeelde dat de tuchtbeschikking daardoor niet kon standhouden omdat deze niet op een juiste feitelijke grondslag berustte, wat in strijd is met het beginsel van behoorlijke rechtspraak. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de tuchtbeschikking vernietigd en de zaak verwezen naar het Tuchtgerecht voor hernieuwde behandeling met inachtneming van de nieuwe feiten.
Deze beslissing is genomen op basis van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie en de relevante artikelen 17, 28 en 29 daarvan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de tuchtbeschikking vernietigd en de zaak verwezen naar het Tuchtgerecht voor hernieuwde beoordeling.