ECLI:NL:CBB:2002:AD9228
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdracht melkquotum bij beëindiging pachtovereenkomst zonder toestemming pachter
In deze zaak stond de vraag centraal of de overdracht van melkquotum bij het beëindigen van een pachtovereenkomst zonder toestemming van de pachter rechtsgeldig is. Appellant maakte bezwaar tegen de registratie van de overdracht van zijn quotumdeel door de verpachter, omdat hij geen pachter was en zijn toestemming niet had gegeven.
De feiten betroffen een pachtovereenkomst van een boerderij die eindigde en waarbij de verpachter een deel van het melkquotum overdroeg aan andere producenten. Appellant stelde dat zijn handtekening en toestemming vereist waren voor de overdracht van zijn quotumdeel.
Het College oordeelde dat op grond van Europese en nationale regelgeving de zeggenschap over de referentiehoeveelheid bij het einde van de pacht in beginsel bij de verpachter ligt. De overdracht is niet afhankelijk van medewerking van de pachter. Dit volgt ook uit jurisprudentie van het Hof van Justitie. De handtekening van appellant was derhalve niet nodig om de overdracht rechtsgeldig te maken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de overdracht van het melkquotum zonder zijn toestemming bevestigd.