ECLI:NL:CBB:2002:AD9458
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanwijzing zand- en lössgronden in Besluit
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het Besluit van 27 november 2001, houdende aanwijzing van zand- en lössgronden en uitspoelingsgevoelige gronden, en verzochten het College om schorsing van het Besluit. Het geschil betreft de vraag of het Besluit kan worden aangemerkt als een algemeen verbindend voorschrift, waartegen geen bezwaar en beroep mogelijk is.
De voorzieningenrechter overweegt dat het Besluit op grond van de Meststoffenwet kaarten vaststelt die percelen aanduiden als zand- of lössgrond en uitspoelingsgevoelige grond. Hoewel de aanwijzing op perceelsniveau plaatsvindt en concrete personen raakt, blijft het Besluit algemeen van aard omdat het regels bevat die gelden voor een open groep personen en een zelfstandige normstelling vormen binnen het stelsel van mineralenheffingen.
Daarmee is het Besluit een algemeen verbindend voorschrift en is bezwaar en beroep daartegen niet mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Wel wordt opgemerkt dat rechtsbescherming mogelijk is via procedures tegen uitvoeringsbesluiten die op het Besluit zijn gebaseerd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het Besluit zand- en lössgronden wordt afgewezen omdat het Besluit een algemeen verbindend voorschrift is.