ECLI:NL:CBB:2002:AD9636
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning kansspelautomaten in dorpshuis met horecafunctie
Appellant exploiteert een café in een dorpshuis en verzocht om een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. Verweerder weigerde deze vergunning op grond dat het dorpshuis als laagdrempelige inrichting moest worden aangemerkt, waardoor geen vergunning kon worden verleend. Appellant voerde aan dat het café een zelfstandige, hoogdrempelige inrichting is met eigen openingstijden en een gescheiden toegang.
Het College oordeelt dat verweerder het besluit heeft gebaseerd op de oude definitie van 'inrichting' en daarmee niet de gewijzigde wetgeving per 1 november 2000 toepaste. Dit leidt tot onvoldoende motivering en strijd met het motiveringsbeginsel (art. 7:12 Awb Pro). Het College stelt dat verweerder opnieuw moet beslissen, waarbij de nieuwe definitie van inrichting en horecalokaliteit moet worden toegepast en de feitelijke situatie nauwkeurig moet worden vastgesteld.
Ook is overwogen dat de tussendeur tussen het café en de gang naar de sportaccommodatie geen doorslaggevende rol mag spelen bij de beoordeling, mede vanwege brandveiligheid en contractuele verplichtingen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de vergunning vernietigd, met opdracht tot hernieuwde beslissing.