ECLI:NL:CBB:2002:AD9673
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke geschil over oppervlaktebepaling en subsidiëring van akkerbouwpercelen
Appellante diende een subsidieaanvraag in voor vier percelen akkerbouwgrond, waarvan de oppervlakte door de Algemene Inspectiedienst (AID) werd gecontroleerd. De AID stelde vast dat drie van deze percelen (3, 4 en 5) afzonderlijk kleiner waren dan de vereiste 0,30 hectare, hoewel zij ook aangaven dat deze percelen als één geheel konden worden beschouwd vanwege doorgezaaide maïs en aaneengesloten bewerking.
Verweerder wees de aanvraag af omdat de percelen afzonderlijk niet voldeden aan de minimale oppervlakte-eis, mede omdat sloten tussen de percelen lagen. Appellante voerde aan dat deze sloten slechts wateropvangfunctie hadden en de percelen als één geheel werden bewerkt, wat ook door de AID werd erkend. Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan en zijn keuze niet deugdelijk had gemotiveerd.
Het College stelde vast dat de administratieve registratie van percelen niet bepalend is voor de feitelijke situatie en dat de sloten de percelen niet volledig doorsnijden. Hierdoor kon niet zonder meer worden geconcludeerd dat sprake was van afzonderlijke percelen. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige feitenvaststelling en motivering bij bestuursbesluiten over subsidies en perceelsafbakening.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.