ECLI:NL:CBB:2002:AD9677
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanvraag premie voor zoogkoeien onder Regeling dierlijke EG-premies
Appellante diende een aanvraag in voor premie voor 48 zoogkoeien voor het verkoopseizoen 1999. Verweerder wees de aanvraag af voor 14 dieren omdat deze niet voldeden aan de voorwaarden van de Regeling dierlijke EG-premies, met name dat zoogkoeien ten minste eenmaal gekalfd moeten hebben bij de aanvraag. Appellante voerde aan dat een drachtige vaars die een zoogkoe vervangt ook in aanmerking zou moeten komen, en dat verweerder ten onrechte haar niet heeft gehoord.
Het College oordeelt dat de Regeling duidelijk voorschrijft dat bij de aanvraag alleen zoogkoeien mogen worden opgegeven die ten minste eenmaal gekalfd hebben. Drachtige vaarzen kunnen pas vanaf de tweede dag van de aanhoudperiode een zoogkoe vervangen. De wijziging van de Regeling per verkoopseizoen 2000, die ruimte biedt voor het opgeven van drachtige vaarzen, bevestigt dat dit voorheen niet mogelijk was.
Daarom is het bezwaar van appellante ongegrond en mocht verweerder op grond van de Algemene wet bestuursrecht van het horen van appellante afzien. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar premieaanvraag wordt ongegrond verklaard.