ECLI:NL:CBB:2002:AE0341
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- C.M. Wolters
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van tariefgoedkeuringen elektriciteitssector en niet-marktconforme kosten volgens Elektriciteitswet 1989 en 1998
De zaak betreft een beroepsprocedure van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken die goedkeuring verleenden aan tarieven en maximumtarieven voor elektriciteit in 1999. De kern van het geschil is de opname van een tariefcomponent ter dekking van niet-marktconforme kosten, voortvloeiend uit investeringen en contracten op het terrein van stadsverwarming, die volgens appellante onrechtmatig via een toeslag op de tarieven werd doorberekend.
De Minister baseerde de goedkeuring op bepalingen van de Elektriciteitswet 1989, die tot 1 juli 1999 van kracht waren, en de overgangsbepalingen van de Wet van 3 juni 1999. Het College oordeelt dat de Minister terecht de tarieven voor 1999 op basis van de EW 1989 heeft vastgesteld en dat de tariefcomponent 'maatregelen' geen toeslag in de zin van artikel 75 EW Pro 1998 vormt, omdat de betreffende artikelen van de EW 1998 niet in werking waren getreden.
Verder is geoordeeld dat de tariefcomponent niet strijdig is met het EG-verdrag en dat de Minister niet bevoegd was om een toeslag op te leggen zonder wettelijke grondslag, maar dat dit niet aan de orde is omdat de tarieven op basis van de EW 1989 zijn vastgesteld. Ook de stelling dat de opslag onrechtmatig in het transporttarief is verwerkt, wordt verworpen omdat de transporttarieven niet door de Minister zijn vastgesteld maar onderworpen zijn aan een ander wettelijk regime.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie wordt ongegrond verklaard en de goedkeuring van de elektriciteitstarieven inclusief de tariefcomponent voor niet-marktconforme kosten blijft in stand.