ECLI:NL:CBB:2002:AE0426
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit superheffing wegens onjuiste toepassing artikel 32 Regeling superheffing 1993
Appellante werd door het Productschap Zuivel een superheffing opgelegd over boterleveranties in de heffingsperioden 1996/97 en 1997/98, gebaseerd op artikel 32 van Pro de Regeling superheffing 1993. Dit artikel betreft heffing bij degenen die melk of zuivelproducten ontvangen anders dan als koper, zonder juiste administratie van de herkomst.
Appellante voerde aan geen koper te zijn, omdat zij de producten niet verwerkt maar doorlevert, en dat zij niet erkend was als koper. Ook stelde zij dat artikel 32 Regeling Pro superheffing 1993 mogelijk niet rechtsgeldig was omdat de Europese Commissie niet was geïnformeerd.
Het College stelde vast dat de Regeling wel aan de kennisgevingsplicht voldeed en dat het begrip koper ruim moet worden uitgelegd conform jurisprudentie van het Hof van Justitie. Appellante voldoet aan de definitie van koper omdat zij boter koopt en verpakt voordat zij deze doorverkoopt. Daarom rusten op haar de administratieve verplichtingen uit artikel 7 van Pro Verordening 536/93.
Het College oordeelde dat de toepassing van artikel 32 op Pro appellante onjuist was omdat dit artikel ziet op niet-kopers. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtgevolgen bleven in stand omdat appellante wel superheffing verschuldigd is op grond van artikel 31 van Pro de Regeling wegens het niet voeren van een correcte administratie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van superheffing op grond van artikel 32 Regeling superheffing 1993 wordt vernietigd, maar de rechtgevolgen blijven in stand.