ECLI:NL:CBB:2002:AE0428
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van referentiehoeveelheid melk en veebezettingsgetal bij pachtovereenkomsten in het kader van dierlijke EG-premies
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw inzake de afwijzing van haar aanvragen voor premies voor mannelijke runderen in het verkoopseizoen 1998. Centraal staat de vraag welke referentiehoeveelheid melk op 1 april 1998 op haar naam stond geregistreerd, mede bepaald door de overdracht van melkquotum via pachtovereenkomsten.
De Grondkamer heeft pachtcontracten ontvangen en goedgekeurd die bepalend zijn voor de overdracht van referentiehoeveelheden melk. Alleen contracten die voor 1 april 1998 zijn ontvangen en goedgekeurd, kunnen in mindering worden gebracht op de geregistreerde hoeveelheid melk. Contracten die later zijn ontvangen, worden niet meegenomen in de berekening per 1 april 1998.
Appellante stelde dat zij haar referentiehoeveelheid reeds in februari 1998 had overgedragen, maar het College oordeelde dat de registratie bij de COS leidend is en dat vertragingen in de administratie of makelaar voor haar rekening komen. Uiteindelijk werd vastgesteld dat op 1 april 1998 een referentiehoeveelheid van 83.500 kilogram op haar naam stond, wat leidde tot een beperkte veebezettingsruimte.
Het beroep tegen het besluit van 15 mei 2001 werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen eerdere besluiten gegrond werd verklaard. Het College bepaalde tevens dat appellante het betaalde griffierecht vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 15 mei 2001 wordt ongegrond verklaard en het griffierecht aan appellante vergoed.