ECLI:NL:CBB:2002:AE0761
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking S&O-verklaringen wegens onvoldoende administratie en niet-uitvoering werkzaamheden
Appellanten, vijf vennootschappen, hadden S&O-verklaringen ontvangen voor een gezamenlijk project gericht op technisch nieuwe productieprocessen. Na controles door de Belastingdienst en een projectadviseur van de Minister van Economische Zaken werd geconcludeerd dat de administratie onvoldoende was om de aard en inhoud van het speur- en ontwikkelingswerk duidelijk te maken en dat de werkzaamheden niet aannemelijk waren uitgevoerd.
De Minister trok daarop de S&O-verklaringen in, stellende dat de administratie niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat de werkzaamheden niet waren uitgevoerd zoals opgegeven. Appellanten voerden onder meer overmacht aan vanwege het overlijden van een projectverantwoordelijke en het verlies van administratie, en verwezen naar een positief rapport van de Belastingdienst.
Het College oordeelt dat de Minister terecht streng vasthoudt aan de administratieve verplichtingen, dat overmacht niet geldt voor het niet voeren van een deugdelijke administratie, en dat het positieve rapport van de Belastingdienst niet leidt tot een gerechtvaardigd vertrouwen jegens de Minister. De intrekking van de S&O-verklaringen is daarmee terecht en de beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het College bevestigt de intrekking van de S&O-verklaringen wegens onvoldoende administratie en het niet aannemelijk maken van de uitvoering van de werkzaamheden.