ECLI:NL:CBB:2002:AE1010
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- D. Roemers
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanvraag dierlijke EG-premies zoogkoeien
Appellante diende een aanvraag in voor dierlijke EG-premies voor 37 zoogkoeien. Verweerder wees de aanvraag deels af omdat acht runderen niet voldeden aan de definitie van zoogkoe, onder meer door ontbrekende of late kalfdata in het I&R-register.
Appellante voerde aan dat zij per vergissing ook drachtige vaarzen had opgegeven die slechts als vervanging van zoogkoeien in aanmerking komen, en dat sprake was van een klaarblijkelijke fout die hersteld had moeten worden. Verweerder handhaafde het besluit en verklaarde het bezwaar slechts gegrond voor één rund met een misgeboorte.
Het College oordeelde dat geen sprake was van een klaarblijkelijke fout, omdat uit de aanvraag zelf niet bleek dat de opgave onjuist was. Het feit dat runderen varieerden in leeftijd en kalfstatus sluit niet uit dat zij als zoogkoe konden worden aangemerkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar premieaanvraag wordt ongegrond verklaard.