ECLI:NL:CBB:2002:AE1127
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen kennisgeving statuswijziging varkenshouderijbedrijf
Appellanten exploiteren een varkenshouderijbedrijf en hadden een aanvraag ingediend om hun bedrijf aan te wijzen als A-bedrijf op grond van artikel 19 van Pro de Regeling varkensleveringen. De aanwijzing als A-bedrijf was tijdelijk tot 1 april 2001. Omdat appellanten geen tijdige aanvraag indienden voor een aanwijzing als A-bedrijf volgens artikel 2 van Pro de Regeling, werd hun bedrijf vanaf die datum van rechtswege een D-bedrijf.
Verweerder stuurde op 19 april 2001 een brief waarin werd meegedeeld dat de aanwijzing als A-bedrijf was vervallen en het bedrijf een D-bedrijf was geworden. Appellanten maakten bezwaar tegen deze brief, stellende dat zij door de MKZ-crisis niet tijdig konden voldoen aan de aanvraagvereisten en dat zij onterecht niet-ontvankelijk waren verklaard in hun bezwaar.
Het College oordeelde dat de brief van 19 april 2001 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was, maar slechts een kennisgeving van een rechtsgevolg dat van rechtswege was ingetreden. Daarom was bezwaar en beroep tegen deze brief niet mogelijk. Ook was verweerder niet bevoegd om de aanwijzing als A-bedrijf te continueren na het verstrijken van de termijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het College wees erop dat eventuele schade als gevolg van de statuswijziging uitsluitend bij de burgerlijke rechter kan worden geclaimd, omdat deze niet voortvloeit uit een besluit in de zin van de Awb.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de brief van 19 april 2001 geen besluit is en bezwaar en beroep niet mogelijk zijn.