ECLI:NL:CBB:2002:AE1129
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing winterpremie wegens voortijdige aanvang werkzaamheden
Appellante diende een aanvraag in voor een winterpremie op 18 april 2001, maar was al begonnen met de te premiëren werkzaamheden voordat zij een premietoezegging van verweerder had ontvangen. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 12 van Pro de premieregeling, dat voorschrijft dat werkzaamheden pas mogen starten na ontvangst van de premietoezegging.
Appellante voerde aan dat zij eerder een aanvraag had ingediend die niet was ontvangen en dat verweerder in andere gevallen soepeler was geweest door latere premietoezeggingen toe te staan. Verweerder stelde dat die verruiming slechts gold voor aanvragers die vooraf toestemming hadden gevraagd om eerder te mogen starten.
Het College oordeelde dat het voorschrift van artikel 12 een Pro redelijke beleidsregel is om controle op de uitvoering mogelijk te maken en dat verweerder niet verplicht was hiervan af te wijken. De verruimde toepassing van artikel 10 van Pro de premieregeling was niet van toepassing op appellante, die niet om toestemming had gevraagd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het starten van werkzaamheden vóór ontvangst van de premietoezegging.