ECLI:NL:CBB:2002:AE1421
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering vrijstelling betaling bijdrage Kamer van Koophandel
Appellante, een kleine ondernemer met een eenmanszaak, maakte bezwaar tegen de opgelegde bijdrage Kamer van Koophandel 2001 vanwege de geringe omzet en winst van haar onderneming. Zij verzocht om vrijstelling op grond van artikel 32, vijfde lid, van de Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1997, dat vrijstelling mogelijk maakt in bijzondere gevallen waarin invordering onredelijk zou zijn.
Verweerster, de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Veluwe en Twente, wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat appellante's geringe bedrijfsresultaat niet als een bijzonder geval kan worden aangemerkt. De vrijstelling is bedoeld voor uitzonderlijke situaties, zoals ondernemers getroffen door de vuurwerkramp in Enschede.
Het College benadrukte dat het feit dat andere instanties appellante vrijstelden van andere heffingen, niet bindend is voor de Kamer van Koophandel. De bevoegdheid en verantwoordelijkheid van verweerster zijn zelfstandig en rechtvaardigen het besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering tot vrijstelling van betaling van de bijdrage Kamer van Koophandel 2001 wordt ongegrond verklaard.