ECLI:NL:CBB:2002:AE1633
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing subsidieaanvraag HR-ketels wegens onduidelijkheid datum verplichtingen
Appellante diende een subsidieaanvraag in voor het plaatsen van HR-ketels in woningen voor ouderen. De Minister van Economische Zaken wees de aanvraag af omdat volgens hem de verplichtingen tot aankoop van de ketels al op 4 mei 1998 waren aangegaan, vóór de indiening van de subsidieaanvraag op 12 mei 1998.
Appellante betwistte dat de verplichtingen al op 4 mei 1998 waren aangegaan en stelde dat de aannemingsovereenkomst pas definitief werd op 16 juni 1998, na verlening van de bouwvergunning. Zij voerde aan dat de stukken, waaronder de aannemingsovereenkomst en begeleidende brief, pas later gezamenlijk ondertekend en verzonden zijn, rond 12 mei 1998.
Het College oordeelde dat de Minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet verder onderzoek had gedaan naar de datum van het aangaan van de verplichtingen. De toelichting van appellante over de gang van zaken rond ondertekening en verzending was aannemelijk en bood voldoende aanleiding tot nader onderzoek.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Minister opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen van het College. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de subsidieaanvraag wordt vernietigd.