ECLI:NL:CBB:2002:AE2174
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-toelating tot IKB-regeling Rund
Verzoekster, een rundveehouder, werd door het Produktschap voor Vee en Vlees uitgesloten van deelname aan de IKB-regeling Rund vanwege geconstateerde overtredingen van regelgeving omtrent groeibevorderende middelen. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze uitsluiting en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
Het geschil draaide om de vraag of de brief van het Produktschap, waarin de uitsluiting werd medegedeeld, een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. Het Produktschap stelde dat het handelen privaatrechtelijk was, omdat het optreedt als beheerder van een privaatrechtelijk kwaliteitssysteem zonder publiekrechtelijke bevoegdheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de regeling en het certificeringssysteem zijn gebaseerd op een privaatrechtelijke zelfcontrole door het bedrijfsleven, zoals voorgeschreven in Europese richtlijnen. De brief van het Produktschap was geen publiekrechtelijke rechtshandeling en dus geen besluit in de zin van de Awb. Hierdoor was bezwaar en beroep tegen deze handeling niet mogelijk.
Verzoekster kon niet aantonen dat het besluit haar handelsvrijheid verbood, aangezien zij haar runderen nog steeds kon laten slachten en verhandelen, weliswaar met extra kosten. Gezien deze omstandigheden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en was er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-toelating tot de IKB-regeling Rund wordt afgewezen omdat het geen publiekrechtelijk besluit betreft.