ECLI:NL:CBB:2002:AE2610
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen intrekking EG-akkerbouwsubsidie wegens dubbele aanvraag
Appellante, een maatschap, had een subsidie toegekend gekregen voor een perceel waarop snijmaïs werd geteeld. Verweerder trok deze subsidie in omdat hetzelfde perceel ook was opgegeven voor droogsteun via een contract met een grasdrogerij, wat volgens de EG-regelgeving niet is toegestaan. Appellante voerde aan dat het contract onjuist was vanwege foutieve tenaamstelling en dat het perceel feitelijk niet voor droogsteun in aanmerking kwam.
Het College stelde vast dat volgens de EG-verordeningen geen cumulatie van subsidie voor hetzelfde perceel mag plaatsvinden, ongeacht of de subsidie daadwerkelijk is verleend. Het contract met de grasdrogerij was geldig en de dubbele aanvraag was geconstateerd. De argumenten van appellante over ongeldigheid van het contract en onjuiste tenaamstelling werden verworpen.
Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de subsidie gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de intrekking van de EG-akkerbouwsubsidie wordt ongegrond verklaard.