ECLI:NL:CBB:2002:AE2620
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning speelautomatenhal binnen vastgesteld gebied Leeuwarden
Appellante heeft een vergunning aangevraagd voor het vestigen en exploiteren van een speelautomatenhal binnen het door de gemeentelijke verordening aangewezen gebied in Leeuwarden. De burgemeester heeft deze aanvraag afgewezen omdat reeds een vergunning voor een speelautomatenhal binnen dat gebied was verleend, conform de verordening die het aantal speelautomatenhallen beperkt tot één per gebied.
Appellante voerde aan dat deze beperking het belang van de bestaande exploitant beschermt en in strijd is met nationale en Europese mededingingsregels, en dat de verordening daardoor onverbindend zou zijn. Tevens stelde zij dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden tussen het openbare orde belang en haar ondernemersbelang.
Het College oordeelt dat de verordening een algemeen verbindende norm is die het exploiteren van speelautomatenhallen binnen een bepaald gebied beperkt en dat deze beperking niet onrechtmatig is. De verordening is niet onverbindend en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard. De afwijzing van de vergunning is terecht gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal wordt ongegrond verklaard.