ECLI:NL:CBB:2002:AE2676
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen contributiebesluit NOvAA wegens onvoldoende middelen
Appellant, lid van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA), maakte bezwaar tegen de hoogte van de contributie voor het jaar 2000, omdat hij onvoldoende middelen van bestaan had. Verweerder, het bestuur van de NOvAA, wees het bezwaar af omdat appellant onvoldoende bewijs leverde voor een lagere contributiegroep of ontheffing.
Tijdens de procedure gaf appellant aan geen reiskosten te kunnen betalen en geestelijk niet in staat te zijn een hoorzitting bij te wonen. Hij bood aan zijn situatie mondeling toe te lichten via een vertrouwenspersoon, maar verweerder zag hiervan af vanwege het ontbreken van een hoorzitting. Het College oordeelde dat verweerder redelijk kon besluiten op basis van de beschikbare summiere gegevens dat appellant geen recht had op een lagere contributie.
Het College merkte op dat appellant ter zitting aangaf nu wel bereid te zijn tot een gesprek, maar dat dit de rechtmatigheid van het besluit niet aantast. Ook concludeerde het College dat appellant niet heeft beoogd beroep in te stellen tegen eerdere jaren. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het contributiebesluit van de NOvAA is ongegrond verklaard.