ECLI:NL:CBB:2002:AE2685
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing energieverklaring voor hijsbare groeibuisverwarming wegens overschrijding maximale bedrijfstemperatuur
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken waarin hun verzoeken om energieverklaringen voor investeringen in een hijsbare groeibuisverwarming werden afgewezen. De minister baseerde zijn besluit op de constatering dat de aanvoer- en retourwatertemperatuur van het systeem 65°C bedraagt, terwijl de Energielijst 1998 een maximale bedrijfstemperatuur van 60°C voorschrijft.
Appellanten stelden dat de 65°C alleen in calamiteiten wordt bereikt en dat de praktijktemperaturen veel lager liggen, tussen 35°C en 45°C. Zij betoogden dat de minister ten onrechte geen rekening had gehouden met de feitelijke gebruikstemperaturen en dat een inspectie ter plaatse ontbrak.
Het College overwoog dat de bepalende factor niet de feitelijke gebruikstemperatuur is, maar de maximale ontwerp- en toevoertemperatuur waarvoor het verwarmingsnet is bestemd. Gelet op de opdrachtbevestiging en de tekst van de Energielijst voldeed het bedrijfsmiddel niet aan de omschrijving van een lage-temperatuur verwarmingsnet met een maximale temperatuur van 60°C. De opsomming in de Energielijst is limitatief en vereist een strikte uitleg.
Daarom verklaarde het College de beroepen ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de energieverklaringen wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de maximale bedrijfstemperatuur van 60°C.