ECLI:NL:CBB:2002:AE3388
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verlenging toelating grondontsmettingsmiddelen met cis-dichloorpropeen
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen besluiten van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) die de procedurele verlenging van de toelatingen van de grondontsmettingsmiddelen telone-cis en nematrap met als werkzame stof cis-dichloorpropeen betreffen. Verweerder had aanvankelijk de verlengingsaanvragen niet in behandeling genomen wegens het ontbreken van een veldstudie naar effecten op regenwormen en nitrificatie. Na bezwaar werden de aanvragen alsnog in behandeling genomen en de toelatingen verlengd tot 1 februari 2003.
Verzoekster betoogde dat de verlenging in strijd was met de milieuwetgeving, omdat toetsing aan het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb) achterwege was gelaten op grond van een overgangsbepaling (artikel 2, aanhef en onder d Bmb) die volgens haar niet langer geldig was en onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. Verweerder stelde dat deze bepaling nog steeds gold en dat toetsing aan het Bmb niet nodig was vanwege de gebruiksfrequentiebeperking in het Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen (Brg).
De voorzieningenrechter oordeelde dat het toelatingssysteem van de Europese Richtlijn 91/414/EEG en de Nederlandse wetgeving vereist dat voor elk gewasbeschermingsmiddel een dossier wordt ingediend waaruit blijkt dat het middel geen onaanvaardbare milieueffecten heeft. De uitzondering in artikel 2, aanhef en onder d Bmb sluit toetsing aan het Bmb uit, maar laat het milieutoetscriterium van artikel 3 van Pro de Wet onverlet. De aanname dat door de gebruiksbeperking aan de milieucriteria wordt voldaan, is onvoldoende onderbouwd en kan niet als vervanging van een individuele toetsing gelden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de bestreden besluiten in strijd zijn met de wet omdat de vereiste milieutoets ontbrak. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, de besluiten van 15 februari 2002 geschorst en bepaald dat de toelatingen worden behandeld alsof ze niet waren verlengd. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de besluiten tot verlenging van de toelatingen worden geschorst.