2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Bij besluit van 1 december 1999 heeft verweerder aan appellante bericht dat haar op 10 mei 1999 ontvangen aanvraag ingevolge de Regeling is goedgekeurd en dat zij recht heeft op een subsidie van fl. 33.699,86, welk bedrag is opgebouwd uit een bedrag van fl. 27.776,69 voor de gewasgroep "overige granen" en een bedrag van fl 5.923,17 voor de gewasgroep "braak". De toegekende subsidie voor de gewasgroep "overige granen" heeft onder meer betrekking op de door appellante in de aanvraag voor akkerbouwsteun opgegeven percelen met de volgnummers 4, 14 en 15. De door appellante opgegeven oppervlakte van deze percelen bedraagt respectievelijk 3.70 hectare, 2.10 hectare en 3.25 hectare (in totaal 9.05 hectare), voor welke percelen als gewascode is opgegeven respectievelijk wintertarwe, zomergerst en wintertarwe. Alle drie de percelen dragen het perceelsnummer 27328.57989.
- Appellante heeft bij haar bovengenoemde aanvraag onder de volgnummers 1 en 11 twee percelen opgegeven van elk 9.00 hectare met de gewascode voor luzerne en de bijdragecode '875' (bijdragecode van HPA regelingen) Deze percelen dragen het perceelsnummer 27391.57873.
- In het dossier bevindt zich een afschrift van een door A op 22 maart 1999 ondertekende overeenkomst met D te E, zijnde het exemplaar bestemd voor het Hoofdproductschap Akkerbouw, betreffende de levering van luzerne afkomstig van een oppervlakte van 18 hectare, waarbij voor de betrokken percelen wordt verwezen naar de bijbehorende perceelsindelingslijst. Op deze perceelsindelinglijst staan de perceelnummers 27328.57989 en 27391.57873 vermeld, als elk 9.00 hectare groot.
- Bij brief van 13 april 2000 heeft de uitvoeringsdienst LASER aan appellante meegedeeld dat uit nadere informatie is gebleken dat met betrekking tot de door haar in de aanvraag oppervlakten voor een akkerbouwbijdrage in aanmerking gebrachte percelen 4, 14 en 15 door appellante tevens een contract/leveringsaangifte is gesloten met de drogerij D te E, op grond waarvan de geconstateerde oppervlakten voor deze percelen op nihil moeten worden gesteld. LASER heeft appellante in die brief verzocht om, indien zij van mening is dat de geconstateerde oppervlakte onjuist is, dit binnen 14 dagen na dagtekening van de brief aan te geven.
- Door verweerder is hierop van appellante geen reactie ontvangen.
- Bij op 22 juni 2000 verzonden besluit heeft LASER aan appellante bericht dat de beslissing van 1 december 1999 tot toekenning van akkerbouwsubsidie voor 1999 na herbeoordeling is ingetrokken. Bij dit besluit heeft verweerder de aanvraag van appellante alsnog gedeeltelijk afgewezen, onder mededeling dat appellante een bedrag van fl. 27.776,69 moet terugbetalen.
- Appellante heeft tegen voormeld besluit bij brief van 26 juli 2000 bezwaar gemaakt.
- Op 14 december 2000 heeft een hoorzitting plaatsgevonden.
- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.
- Bij brief van 11 maart 2000 heeft appellante onder meer de handelscontracten met D te E overgelegd met betrekking tot de jaren 1988 tot en met 1996, welke contracten alle betrekking hebben op de levering van luzerne van een oppervlakte van 9.00 hectare.