ECLI:NL:CBB:2002:AE3748
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens ontbreken zelfstandige bedrijfsvoering akkerbouw
Appellante diende een aanvraag in voor akkerbouwsubsidie voor 18,37 hectare snijmaïs, maar deze werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat zij een zelfstandig bedrijf exploiteerde. De bedrijfsvoering en het gebruik van productiemiddelen bleken verweven met die van haar echtgenoot, waardoor sprake was van een gedeeltelijke administratieve scheiding zonder feitelijke zelfstandigheid.
Tijdens de hoorzitting werd vastgesteld dat de grondbewerking door haar echtgenoot werd uitgevoerd en dat zij gebruikmaakte van machines van haar man, terwijl de werkzaamheden zoals zaaien en hakselen door een loonwerker werden verricht. De subsidieaanvraag overschreed de maximale oppervlakte waarvoor zonder braakverplichting steun kon worden toegekend.
Het College concludeerde dat de 18,37 hectare niet als een afzonderlijk bedrijf door appellante werd beheerd, maar deel uitmaakte van een groter geheel van productie-eenheden. Omdat niet aan de braaklegverplichting was voldaan, was de afwijzing van de subsidieaanvraag terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere subsidie voor 2000 was ingetrokken en teruggevorderd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellante geen zelfstandig bedrijf exploiteert en niet aan de braakverplichting voldoet.