ECLI:NL:CBB:2002:AE3752
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag akkerbouw wegens ontbreken zelfstandige bedrijfsvoering
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor akkerbouwsubsidie voor 18,40 hectare snijmaïs, maar verweerder wees deze aanvraag af omdat appellant niet als zelfstandig bedrijfshoofd werd beschouwd. Uit onderzoek en bewijsstukken bleek dat appellant geen zelfstandig bedrijf exploiteerde, maar dat het bedrijf feitelijk verweven was met dat van zijn ouders, waarbij werkzaamheden en productiemiddelen gedeeld werden.
Appellant stelde dat hij voor eigen rekening en risico werkte en dat de bedrijfssplitsing niet was bedoeld om braaklegging te ontlopen. Ook wees hij op een eerdere subsidie toekenning in 2000 onder vergelijkbare omstandigheden. Verweerder had echter die subsidie ingetrokken en teruggevorderd.
Het College oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een zelfstandig bedrijf beheerde, mede omdat grondbewerkingen door zijn vader werden uitgevoerd en machines werden gehuurd. De administratieve scheiding was slechts formeel en niet praktisch. Hierdoor viel de aanvraag onder de algemene regeling met braakleggingsverplichting, die niet was nagekomen.
Daarom was de afwijzing van de subsidieaanvraag terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant geen zelfstandig bedrijf exploiteert en niet voldoet aan de braakleggingsverplichting.