ECLI:NL:CBB:2002:AE3755
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navordering landbouwheffingen bij invoer
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een navordering van landbouwheffingen door de Belastingdienst/Douane aan Schenker Eurocargo (voorheen Exped Holland B.V.). De navordering betreft aanvullende landbouwheffingen die niet bij de oorspronkelijke aangiften waren geheven. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de navordering rechtsgeldig is, mede gelet op de termijn van twee dagen voor boeking achteraf zoals bepaald in het Communautair Douanewetboek (CDW).
Appellante voerde aan dat de navordering niet rechtsgeldig is omdat de douane de termijn voor boeking achteraf had overschreden en omdat zij niet redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanvullende heffingen. Tevens stelde zij dat de navordering niet aan Exped Holland B.V. kon worden gericht omdat de aangiften door Schenker Eurocargo waren gedaan. Verweerder stelde dat de navordering terecht was, dat de termijnoverschrijding niet tot verval van het recht tot navordering leidt en dat appellante als professionele marktdeelnemer bekend had moeten zijn met de toepasselijke heffingen.
Het College oordeelt dat de termijn van twee dagen slechts een technische voorschrift is en dat overschrijding daarvan het recht tot navordering niet doet vervallen. Verder is vastgesteld dat appellante als douane-expediteur bekend had kunnen zijn met de aanvullende landbouwheffingen en dat er geen sprake is van een vergissing van de douane die appellante redelijkerwijs niet kon ontdekken. Ook wordt bevestigd dat Exped Holland B.V. en Schenker Eurocargo (Nederland) B.V. dezelfde rechtspersoon betreffen, zodat de navordering terecht aan Exped Holland B.V. is gericht.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van Schenker Eurocargo tegen de navordering van landbouwheffingen wordt ongegrond verklaard.