ECLI:NL:CBB:2002:AE3757
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vanwege overschrijding toegestane oppervlakteverschil bij akkerbouwsteun
Appellant heeft een subsidieaanvraag ingediend voor zes percelen akkerbouwgrond, waarbij een verschil werd geconstateerd tussen de aangevraagde en de feitelijk geconstateerde oppervlakte. De Algemene Inspectiedienst (AID) voerde een controle uit en stelde vast dat het verschil tussen aangevraagde en geconstateerde oppervlakte meer dan 20% bedroeg, waardoor de subsidieaanvraag werd afgewezen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat de afwijking minder dan 20% bedroeg en dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de geconstateerde afwijkingen, met name voor perceel 2. Het College oordeelde dat appellant reeds op 6 oktober 2000 op de hoogte was gesteld van de controle-uitkomsten en dat het verschil daadwerkelijk meer dan 20% bedroeg.
Het College concludeerde dat verweerder terecht de subsidieaanvraag heeft afgewezen op grond van artikel 9, tweede lid, van Verordening (EEG) nr. 3887/92, en dat geen uitzonderingen van artikel 11a van de Regeling van toepassing waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een verschil van meer dan 20% tussen aangevraagde en geconstateerde oppervlakte.