ECLI:NL:CBB:2002:AE3769
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oud-voor-nieuw verplichtingen bij verlenging binnenschip volgens Verordening 1101/89
Appellante betwistte de door verweerder opgelegde speciale bijdrage op grond van artikel 8 van Pro Verordening (EEG) nr. 1101/89, omdat zij meende dat de verlenging van het ms C niet leidde tot een vergroting van de capaciteit van de binnenvaart. Verweerder stelde dat de bijdrage terecht werd berekend over de tonnage van het verlengde gedeelte, gemeten volgens de internationale ijkovereenkomst van februari 1966.
Het College overwoog dat de verplichtingen uit de Verordening ook na afloop van de termijn van tien jaar blijven gelden. De bijdrage is verschuldigd indien geen gelijkwaardige tonnage is gesloopt en de verlenging leidt tot uitbreiding van de capaciteit. Het College stelde vast dat het verlengde gedeelte nieuw gebouwd was en niet afkomstig van een bestaand vaartuig, zodat de bijdrage terecht werd opgelegd.
Verder oordeelde het College dat het ms C ondergeijkt was, omdat het werd gemeten met een vrijboord van 4 cm in plaats van het minimaal vereiste vrijboord van 0 cm. De coulance die verweerder toonde door onderijking toe te staan, sluit niet uit dat bij een toekomstige verdieping alsnog aanvullende bijdrage moet worden betaald. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de opgelegde speciale bijdrage blijft in stand.