ECLI:NL:CBB:2002:AE3774
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling oud-voor-nieuw verplichtingen bij segmentsgewijze vernieuwing motorvrachtschip
Appellant A heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat waarin een speciale bijdrage werd opgelegd op grond van artikel 8 van Pro Verordening (EEG) nr. 1101/89, vanwege het in gebruik nemen van een nieuw gebouwd motorvrachtschip ms C zonder dat aan oud-voor-nieuw verplichtingen was voldaan.
De kern van het geschil betreft de uitleg van de oud-voor-nieuw regeling bij segmentsgewijze vernieuwing van schepen, waarbij het oude voor- en middenschip van het ms C werd vervangen door een nieuw segment, zonder dat het verwijderde segment werd gesloopt. De vraag was of dit als nieuwbouw moest worden aangemerkt en welke tonnage als basis voor de bijdrage geldt.
Het College oordeelt dat onder nieuwbouw ook gedeeltelijke nieuwbouw valt en dat het niet slopen van het vervangen segment leidt tot een vergroting van de totale capaciteit van de vloot, waardoor oud-voor-nieuw verplichtingen ontstaan. Tevens stelt het College vast dat het besluit van verweerder onvoldoende is gemotiveerd omdat niet duidelijk is of de tonnage volledig wordt bepaald door het nieuwe segment.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de speciale bijdrage wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.