ECLI:NL:CBB:2002:AE5155
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten en intrekking navorderingen landbouwheffingen rijstveredeling
Appellanten A en C hebben beroep ingesteld tegen besluiten van het Hoofdproductschap Akkerbouw waarin zij werden geconfronteerd met navorderingen van landbouwheffingen en compenserende interesten over veredelingsverkeer van rijst. De geschilpunten betreffen de toepassing van de 5%-regel voor breukrijst en de onduidelijkheid in de specificatie van de opgelegde rechten.
Het College stelt vast dat verweerder gedurende circa twintig jaar de 5%-regel toepaste, waarbij breukrijst tot maximaal 5% werd verantwoord als hoofdproduct, ondanks dat dit volgens de Europese Commissie onjuist was. Appellanten waren te goeder trouw en konden de vergissing niet redelijkerwijs ontdekken. Bovendien ontbrak in de besluiten een voldoende gespecificeerde opgave van de aard en hoogte van de opgelegde rechten, wat de rechtszekerheid schaadt.
Gelet op artikel 220, tweede lid, sub b, van het Communautair Douanewetboek, dat boeking achteraf uitsluit bij vergissingen die de belanghebbende niet kon ontdekken en te goeder trouw handelde, oordeelt het College dat de navorderingen niet rechtmatig zijn. De besluiten worden vernietigd en de uitnodigingen tot betaling worden ingetrokken. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De navorderingen landbouwheffingen worden vernietigd en de uitnodigingen tot betaling ingetrokken wegens onduidelijke specificatie en toepassing van de 5%-regel.