ECLI:NL:CBB:2002:AE5924
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing energie-investeringsaftrek wegens niet-tijdige melding
Appellanten hadden een verzoek ingediend om een energieverklaring voor investeringen in isolatie, maar de Minister wees dit af omdat de melding niet binnen de gestelde drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting was gedaan.
De kern van het geschil betrof de datum waarop de investeringsverplichting was aangegaan: de Minister stelde 15 december 1999 vast als datum van verplichting op basis van een factuur, terwijl appellanten stelden dat de verplichting pas op 29 december 1999 ontstond bij betaling van de eerste termijn, ondersteund door een gezamenlijke verklaring van hen en de aannemer.
Het College oordeelde dat de offerte vrijblijvend was en dat de verplichting pas met de betaling op 29 december 1999 was aangegaan, waardoor de melding binnen de termijn was gedaan. Het College vernietigde daarom het bestreden besluit wegens gebrek aan deugdelijke motivering en bepaalde dat de Minister opnieuw op de bezwaren moet beslissen.
Daarnaast wees het College het verzoek om schadevergoeding af, maar veroordeelde de Minister wel in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het College vernietigt het besluit van de Minister en bepaalt dat opnieuw op de bezwaren moet worden beslist.