ECLI:NL:CBB:2002:AE6351
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- M.S. Hoppener
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake vergunningconstructie taxivervoer onder overgangsrecht
Verzoekster, een vennootschap onder firma die taxivervoer verricht via meerdere vennootschappen onder firma (A1 tot en met A31), verzocht om een voorlopige voorziening nadat haar aanvraag voor een vergunning tot taxivervoer werd afgewezen. De vergunningen stonden op naam van verzoekster, maar het daadwerkelijke vervoer werd verricht door de vennootschappen onder firma, die geen eigen vergunning hadden en zelfstandig voor eigen rekening en risico werkten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat wees de aanvraag af omdat de vergunningconstructie niet voldeed aan de eisen van de Wet personenvervoer 2000, met name dat de vervoerder degene moet zijn die het vervoer voor eigen rekening en risico verricht. De voorzieningenrechter oordeelde dat de constructie niet was toegestaan onder de oude Wet personenvervoer en dat het overgangsrecht dit niet legaliseert.
Verzoekster stelde dat het begrip vervoerder niet was gewijzigd en dat zij recht had op continuering van haar bedrijfsvoering onder de oude vergunning. Dit werd verworpen omdat het vervoer niet voor haar rekening en risico plaatsvond en de intensievere handhaving door de Minister geen reden is voor een andere interpretatie.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de vergunningconstructie illegaal was en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de vergunningconstructie niet onder het overgangsrecht valt en het vervoer niet voor rekening en risico van verzoekster plaatsvindt.