ECLI:NL:CBB:2002:AE6789
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over herplantplicht houtopstand volgens Boswet
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om ontheffing van de herplantplicht te weigeren voor een houtopstand van populieren die in 1996 was geveld. Hij voerde aan dat de Boswet niet van toepassing was vanwege het ontbreken van overgangsrecht, de aard van de beplanting als eenrijige populieren, en vermeende strijd met het EVRM, het Statuut en EU-regelgeving.
Het College overwoog dat de Boswet sinds 1961 de Boschwet 1922 heeft vervangen zonder overgangsregeling, en dat meldings- en herplantplicht wettelijk zijn geregeld en niet in strijd met het eigendomsrecht volgens het EVRM en het Statuut. De houtopstand was groter dan 10 are en bestond uit meer dan 20 bomen, en de beplanting vormde een onlosmakelijk geheel met populieren op het buurperceel, waardoor geen vrijstelling wegens eenrijige beplanting van toepassing was.
De stelling dat de beplanting niet voldeed aan subsidieregels was irrelevant voor de herplantplicht. Ook het verzoek tot ontheffing faalde wegens het ontbreken van een tijdige melding. Het College vond geen aanleiding voor prejudiciële vragen en oordeelde dat de belangen van het bosareaal zwaarder wegen dan de persoonlijke economische belangen van appellant. Het beroep werd ongegrond verklaard, met een beperkte proceskostenveroordeling wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de herplantplicht werd ongegrond verklaard en de weigering van ontheffing gehandhaafd.