4. Het standpunt van appellante
Appellante heeft ter ondersteuning van het beroep onder meer het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd.
Het bestreden besluit is gebaseerd op verkeerde veronderstellingen aan de zijde van verweerster.
De investeringskosten voor ontwikkeling en bouw van een prototype voor de onderhavige tunneldroger bedragen fl. 625.000,--. Toekomstige tunneldrogers kunnen echter door opgedane kennis en ervaring eenvoudiger en goedkoper worden uitgevoerd. De investeringskosten kunnen naar verwachting worden teruggebracht tot fl. 500.000,-- en zullen in het geval van serieproductie wellicht nog verder dalen. Omdat een tunneldroger direct in de open lucht kan worden opgesteld, is een bijkomstige investering in een (nieuw) gebouw of overkapping niet vereist.
Verweerster heeft de investeringskosten van de opties tunneldroger en sloffendroger op onjuiste wijze met elkaar vergeleken. Een sloffendroger zal altijd in een gebouw moeten worden opgesteld, omdat regen en wind de werking van het apparaat nadelig beïnvloeden. Voor een juiste vergelijking van de investeringskosten van beide opties had verweerster de investeringskosten voor het benodigde gebouw bij de investeringskosten van een sloffendroger moeten betrekken. Laatstbedoelde kosten bedragen naar schatting fl. 250.000,-- tot fl. 300.000,--, waarmee de totale kosten voor investering in een sloffendroger uitkomen op fl. 500.000,-- tot fl. 650.000,--. De investeringskosten voor een sloffendroger zijn daarmee niet lager dan de investeringskosten voor een tunneldroger.
De stelling van verweerster dat de investeringskosten van een gebouw voor plaatsing van een sloffendroger buiten beschouwing kunnen worden gelaten omdat de meeste bedrijven reeds over een dergelijk gebouw zouden beschikken, is speculatief en onaannemelijk, reeds nu het uit bedrijfseconomisch oogpunt onverantwoord zou zijn dat bedrijven gebouwen zouden hebben staan die kennelijk ongebruikt zijn en bovendien qua afmeting, indeling en structuur geschikt zouden zijn voor de inbouw van een sloffendroger. Weliswaar komt de combinatieteelt van tulp en gladiool weinig voor, maar combinatieteelt op zichzelf wel en een tunneldroger is eveneens geschikt voor het drogen van vele bol- en knolgewassen. De tunneldroger zal dan ook bredere toepassing vinden dan alleen bij tulp- en gladioolbedrijven.
Uit contacten met andere potentiële kopers van een tunneldroger is appellante gebleken dat in vrijwel alle gevallen waar investering in een droogsysteem wordt overwogen, tevens sprake is van de noodzaak tot nieuwbouw.
Ten onrechte gaat verweerster er bij haar beoordeling van uit dat de keuze van ondernemers tussen een sloffendroger en een tunneldroger slechts wordt bepaald door de respectievelijke investeringskosten. Verweerster verliest daarbij uit het oog dat een tunneldroger ten opzichte van een sloffendroger een groot aantal voordelen biedt, zoals een veel lager energieverbruik (70%), een minder arbeidsintensief productieproces, een snellere, flexibeler en gelijkmatiger droging van de gewassen en een verbeterde productkwaliteit en procesbeheersing. Verder legt een tunneldroger minder beslag op de beschikbare ruimte en is een apart gebouw niet noodzakelijk.