ECLI:NL:CBB:2002:AE7054
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling wegens niet tijdige beslissing op bezwaarschrift en intrekking voorlopige voorziening
Verzoeker heeft op 21 februari 2001 een verklaring van geen bezwaar gevraagd voor de oprichting van twee rechtspersonen. De Minister van Justitie wees dit verzoek op 17 september 2001 af. Verzoeker maakte bezwaar op 12 oktober 2001, waarna hij op 26 november 2001 werd gehoord. Omdat de Minister niet tijdig op het bezwaar besliste, stelde verzoeker op 15 maart 2002 beroep in bij het College en vroeg hij tevens een voorlopige voorziening om een beslissing af te dwingen.
De Minister besloot alsnog op 21 maart 2002 het bezwaar gegrond te verklaren en de verklaringen van geen bezwaar af te geven. Hierna trok verzoeker de voorlopige voorziening in en verzocht hij om een proceskostenvergoeding. De Minister betwistte de redelijkheid van de kosten, omdat hij telefonisch had toegezegd vóór 1 april 2002 te zullen beslissen, wat ook gebeurde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet onnodig was gezien eerdere niet nagekomen toezeggingen. Daarom werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van de kosten van € 80,50 en terugbetaling van het griffierecht. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De Minister van Justitie wordt veroordeeld tot betaling van € 80,50 aan proceskosten en terugbetaling van het griffierecht wegens niet tijdige beslissing op het bezwaarschrift.