ECLI:NL:CBB:2002:AE7303
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid lidstaten en toepassing communautaire regelgeving bij vergoeding kalvereigenaren BSE-crisis
Deze zaak betreft de bevoegdheid van lidstaten om nationale vergoedingsmaatregelen vast te stellen voor kalveren die gedood zijn vanwege de BSE-crisis, en de verhouding tot communautaire regelgeving, met name Verordening (EG) nr. 717/96. Het College heeft prejudiciële vragen voorgelegd aan het EG-Hof, dat oordeelde dat lidstaten bevoegd waren om dergelijke maatregelen te treffen, maar dat vanaf de inwerkingtreding van Verordening 717/96 de vergoeding op basis van nationale bepalingen niet langer kon worden vastgesteld.
Appellante stelde dat ondanks de communautaire regelgeving het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel haar recht gaf op de oorspronkelijk toegezegde vergoeding, gebaseerd op een taxatie van 19 april 1996. Het College oordeelde echter dat de verordening met terugwerkende kracht vanaf 11 april 1996 van toepassing was, waardoor de nationale regeling moest wijken.
Het College benadrukte dat de nationale regeling reeds een voorbehoud bevatte dat Europese regelgeving voorgaat zodra die van toepassing is. Het beroep van appellante op rechtszekerheid en vertrouwen werd daarom verworpen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de vergoeding wordt vastgesteld conform Verordening (EG) nr. 717/96.