ECLI:NL:CBB:2002:AE7542
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve registratie van schildersbedrijf door Bedrijfschap Schildersbedrijf
Appellant maakte bezwaar tegen de ambtshalve registratie van zijn onderneming als schildersbedrijf door het Bedrijfschap Schildersbedrijf. Hij stelde dat hij wel degelijk schriftelijk had gereageerd op aanmeldingsformulieren en voerde aan dat de registratie onrechtmatig was vanwege onduidelijkheden in de toepasselijke verordeningen en de aard van zijn werkzaamheden.
Het College oordeelde dat de gebruikte term "aanbrengen van verf of soortgelijke producten" in de Instellingsverordening voldoende duidelijk is en in overeenstemming met het algemeen spraakgebruik en de branche. Ook was er geen verschil tussen "aanbrengen" en "opbrengen" van verf. De verwijzing in het besluit naar een ingetrokken verordening was onjuist, maar dit leidde niet tot schending van belangen van appellant.
Verder stelde het College vast dat appellant's onderneming op grond van het handelsregister en andere gegevens terecht ambtshalve is ingeschreven. Het bezwaar dat appellant persoonlijk geen baat heeft bij verplichte aansluiting bij het bedrijfschap werd verworpen vanwege vaste jurisprudentie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve registratie van de onderneming als schildersbedrijf wordt ongegrond verklaard.