ECLI:NL:CBB:2002:AE8262
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking toelating houtverduurzamingsmiddelen wegens niet-naleving Bestrijdingsmiddelenwet
Verzoeksters, twee bedrijven die houtverduurzamingsmiddelen op de markt brachten, werden geconfronteerd met intrekkingsbesluiten van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) wegens het niet voldoen aan de toelatingscriteria van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. De intrekking zou per 1 maart 2002 ingaan, maar het CTB stelde dit uit tot 14 maart 2002, wat strijdig was met de wet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het CTB onvoldoende had gemotiveerd waarom de intrekking op de gekozen datum zou ingaan en waarom geen langere overgangstermijn werd gehanteerd, ondanks het grote economische belang van de houtimpregneerbedrijven. Tevens werd onvoldoende ingegaan op eerdere twijfels over de rechtmatigheid van de besluiten op nationaal en Europees recht.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en dat onverkorte uitvoering zou leiden tot onevenredig nadeel voor de bedrijven. Daarom werd de intrekking geschorst vanaf 13 september 2002 tot het College uitspraak doet in het beroep. Tevens werd het griffierecht aan verzoeksters vergoed en het CTB veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het intrekkingsbesluit geschorst tot het College uitspraak doet in het beroep.