ECLI:NL:CBB:2002:AE8292
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vervallenverklaring fabrieksquotum melk wegens niet-levering
Appellant had een fabrieksquotum melk geregistreerd staan bij verweerder, het Productschap Zuivel. Bij besluit van 25 juni 2001 werd dit quotum per 1 april 2001 vervallen verklaard omdat appellant gedurende twaalf maanden geen melk of zuivelproducten had geleverd.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het quotum was verkocht aan Campina Melkunie, die de melk had geleverd en verwerkt. Hij voerde aan dat andere melkveehouders melk hadden geleverd op zijn quotum, en dat hij een vergoeding had ontvangen voor onderschrijding van het quotum.
Het College oordeelde dat appellant zelf geen melk had geleverd en dat de vergoeding voor onderschrijding juist bevestigde dat het quotum niet was benut. De koopovereenkomst met Campina Melkunie leidde niet tot het leveren van melk door appellant zelf. Daarom was het vervallenverklaringsbesluit terecht genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervallenverklaringsbesluit van het fabrieksquotum wordt ongegrond verklaard.