ECLI:NL:CBB:2002:AE8295
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen superheffing melkleveringen in 1997/1998 en 1998/1999 afgewezen
In deze zaak betwist appellant de aan hem opgelegde superheffing over melkleveringen die de heffingvrije hoeveelheid overschreden in de heffingsperioden 1997/1998 en 1998/1999. Verweerder had ambtshalve de hoeveelheid extra geleverde melk vastgesteld op basis van een onderzoek door de Algemene Inspectiedienst (AID) en daarop de superheffing opgelegd.
Appellant voerde aan dat hij geen koper was in de zin van de relevante Europese verordening omdat de melk om niet was verkregen als een vriendendienst tussen melkveehouders om quotumoverschrijdingen te vermijden. Tevens stelde appellant niet erkend te zijn als koper, wat volgens hem noodzakelijk was voor de heffingsplicht.
Het College oordeelde dat het begrip koper ruim moet worden uitgelegd conform jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Gezien de omvang van de leveringen en de verklaringen van appellant dat hij de extra opbrengst van de melk heeft ontvangen, acht het College aannemelijk dat sprake was van leveringen met tegenprestatie. Het niet erkend zijn als koper doet hieraan niet af.
Verder stelde het College vast dat appellant geen administratie voerde zoals vereist en geen heffingvrije hoeveelheid bezat. De door verweerder opgelegde heffing is dan ook terecht gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde superheffing over extra geleverde melk in 1997/1998 en 1998/1999 wordt ongegrond verklaard.